Peeters, Jan

Jan ( Johannes Christiaan ) Peeters (1912-1992) • Opleiding Rijksacademie van beeldende kunsten (Amsterdam). Leerling Heinrich van Campendonk. Maakte deel uit van een groep die zich De Realisten noemde en beïnvloed was door het Duitse expressionisme. Aquarellist, glaskunstenaar, glasschilder, monumentaal kunstenaar, wandschilder, schilder, tekenaar, vervaardiger van mozaïek, vervaardiger van gouaches. Onderwerpen: figuurvoorstellingen, landschappen, naaktfiguren, stillevens. Lid van Hollandse Aquarellisten Kring en de Vereniging van Beoefenaren van Monumentale Kunsten Bronnen/Naslagwerken Scheen 1969-1970, dl. 2, p. 161 (als: Peeters, Johannes Christiaan (‘Jan’).

Uit “Hommage aan Jan Peeters” (tentoonstelling van kunsthandel M.L. de Boer april 1994 – tekst van zoon Th. M. de Boer): In ons huis op de Keizersgracht behoorde hij tot de vaste exposanten van de jaren vijftig en zestig, samen met andere artisten die de school van Campendonk trouw bleven, zoals Charles Roelofsz, Jan Groenestein en Albert Muis. (…) Op de artistieke vorming van mijn vader en op de ontwikkeling van diens kunsthandel heeft Jan Peeters grote invloed gehad, Hij werd de mentor van een ongeschoolde, onervaren galeriehouder (…). Jan Peeters kwam vaak bij ons thuis, zelden op een gelegen moment en zelden nuchter. (…) “Van Jan Peeters,” zei mijn vader later, ” heb ik verreweg het meest geleerd.” De tentoonstelling geeft een goed beeld van de artistieke identiteit van Jan Peeters, een gevoelig kunstenaar en een markante Amsterdammer”.

Wie ook veel leerde van Jan Peeters was Kees Verwey:
Veel van deze experimenten (van Verwey om te proberen los te komen van het oude, traditioneel-schilderkunstige standpunt -JdG) vonden hun aanvang in het Amsterdamse atelier van een iets jongere vriend van Verwey, de kunstenaar Jan Peeters, die hij kort na de oorlog via de Hollandsche Aquarellistenkring had leren kennen. Peeters hing door zijn opleiding aan de Rijksacademie heel andere opvattingen in de kunst aan dan de onder Boot gevormde Verwey. Bovendien vertegenwoordigde hij als echte Amsterdammer en zoon van een smid ook een ander, aan Verwey tegenovergesteld, meer bohémien-achtig kunstenaarschap. Dit contrast en wellicht ook de verfijnde, bijna dromerige sfeer op Peeters’ atelier (gevuld met prentbriefkaarten, afbeeldingen uit tijdschriften en plaatwerken, en allerhande op het Waterlooplein aangetroffen kunstwerken) trok Verwey in die tijd enorm aan. Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig tot en met ongeveer 1970 kwam hij, met enkele onderbrekingen, bijna wekelijks een dag bij Jan Peeters werken èn, zo zegt deze, “bij mij een lesje in abstractie halen”.
Peeters’ belangstelling in de beeldende kunst ging in die jaren sterk uit naar het latere abstraherende werk van schilders als Matisse, Picasso en Georges Braque. Met name de kunst van Braque werd door Jan Peeters als een belangrijk uitgangspunt voor het eigen toepaste werk gezien. De invloed die hij daarvan onderging, komt onder meer naar voren in zijn op het vlak geconcentreerde manier van componeren en zijn aandacht voor liniatuur. Het is hierin dat Verwey bij Peeters “een soort tweede academie” ontmoette. Zo blijkt de manier van werken van Braque waarbij de lijnen en vlakken een aan elkaar gelijkwaardige functie in de compositie krijgen, ook door Verwey in verscheidene aquarellen die van omstreeks 1960 dateren, te zijn toegepast. Bron: “Kunst is spiegeling – Kees Verwey, een studie naar zijn oeuvre” van Anita Hopmans uit 1989

Schilderijen van Peeters, Jan